Juridisch geschil over kosten
STEDEBROEC | Het Martinuscollege en de gemeente Stede Broec zijn blij dat de problemen met asbest op het Martinuscollege definitief achter de rug zijn. De school is volledig asbestvrij, de herstelwerkzaamheden zijn in volle gang en vanaf 6 maart kunnen alle leerlingen weer in Grootebroek naar school. Maar wie betaalt de rekening?
Na de vondst van asbest in augustus 2011 werd een deel van het Martinuscollege gesloten. Voor een grote groep leerlingen is noodhuisvesting geregeld zodat de lessen gewoon door konden gaan. Vervolgens is al het asbest verwijderd. Op dit moment is het herstel gaande en op 6 maart 2012, na de voorjaarvakantie, kunnen alle leerlingen terugkeren in een asbestvrij en opgeknapt schoolgebouw.
Deze snelle en goede resultaten zijn bereikt dankzij een intensieve samenwerking tussen de gemeente Stede Broec en het Martinuscollege en de grote inzet van het personeel van de school. De gemeente en de school waarderen het begrip en geduld dat ouders en leerlingen de afgelopen periode hebben getoond.
De gemeente heeft 4,5 miljoen euro uitgegeven voor sanering, tijdelijke huisvesting en herstelwerkzaamheden. Ook het Martinuscollege besteedt een extra miljoen euro om de leerlingen nu en straks kwalitatief goed onderwijs te bieden.
De school heeft in september 2011 bij de gemeente een zogenaamde aanvraag voor een spoedvoorziening in de huisvesting ingediend. Deze aanvraag is recentelijk afgewezen.
Volgens het college van B&W van Stede Broec is de aanvraag afgewezen omdat er in dit geval geen sprake is van schade die het gevolg is van een bijzondere omstandigheid. Een dergelijke bijzondere omstandigheid zou ontbreken, omdat de geconstateerde asbestbeschadigingen en verontreinigingen het gevolg zouden zijn van het ondeskundig verwijderen en bewerken van asbesttoepassingen door aannemers en het Martinuscollege de schade op hen kan verhalen. Daarnaast ontbreekt volgens B&W een bijzondere omstandigheid, omdat de schade is ontstaan door de in 2011 geconstateerde asbestbesmetting en de school voldoende tijd zou hebben gehad om geld te reserveren.
De gemeente stelt ook dat de school de schade kan verhalen op aannemers. Vanaf 1998 hebben aannemers in opdracht van de school verschillende werkzaamheden uitgevoerd waarbij zij, volgens de gemeente, niet deskundig hebben gehandeld. Omdat het Martinuscollege de schade dan kan verhalen, is de gemeente van mening dat er geen sprake is van een voorziening die op basis van de wet en verordening door de gemeente vergoed zou moeten worden.






